Zware kluisdeur op een kier in een moderne serverruimte, met warm amberkleurig licht en donkere serverrekken op de achtergrond.

Wat is het verband tussen NIS2 en zero trust beveiliging?

NIS2 en zero trust beveiliging versterken elkaar direct: de NIS2-richtlijn verplicht organisaties tot risicogebaseerde beveiligingsmaatregelen, strikte toegangscontrole en continue monitoring, en dat zijn precies de pijlers waarop een zero trust-framework is gebouwd. Zero trust is geen vereiste die NIS2 met name noemt, maar het is een van de meest effectieve benaderingen om aan de NIS2-verplichtingen te voldoen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de relatie tussen NIS2-compliance en zero trust beveiliging.

Hoe versterkt zero trust de naleving van NIS2?

Zero trust versterkt de naleving van NIS2 doordat het beveiligingsprincipe structureel invulling geeft aan de zorgplicht die de richtlijn oplegt. Waar NIS2 vraagt om passende technische en organisatorische maatregelen, biedt zero trust een concreet raamwerk dat identiteitsverificatie, minimale toegangsrechten en continue monitoring combineert tot een samenhangende beveiligingsstrategie.

De kern van zero trust is eenvoudig: vertrouw niemand en niets standaard, ook niet binnen je eigen netwerk. Elk verzoek om toegang wordt geverifieerd, ongeacht de locatie van de gebruiker of het apparaat. Dit sluit naadloos aan bij wat NIS2 vraagt: organisaties moeten aantonen dat ze risico’s actief beheersen en dat cybersecurity structureel is ingebed in processen en beleid.

Concreet biedt zero trust op meerdere vlakken ondersteuning bij NIS2-naleving:

  • Toegangsbeheer: Zero trust dwingt af dat gebruikers alleen toegang krijgen tot wat ze echt nodig hebben, wat direct bijdraagt aan de NIS2-eis rondom beveiligingsmaatregelen voor personeel en toegangsbeveiliging.
  • Continue monitoring: Het framework vereist doorlopende verificatie en logging, wat organisaties helpt bij de detectie van incidenten en de verplichte meldprocedures onder NIS2.
  • Supply chain security: Doordat ook externe partijen en leveranciers continu worden geverifieerd, versterkt zero trust de beveiliging van de toeleveringsketen, een van de expliciete minimummaatregelen onder NIS2.

Welke zero trust-maatregelen zijn verplicht onder NIS2?

NIS2 schrijft zero trust niet als term voor, maar verschillende concrete maatregelen die centraal staan in een zero trust-framework zijn wel degelijk verplicht onder de richtlijn. De Cyberbeveiligingswet benoemt meerdere minimummaatregelen waarbij zero trust-principes direct van toepassing zijn.

De volgende zero trust-gerelateerde maatregelen zijn aan te merken als verplicht of sterk aanbevolen onder NIS2:

  • Multi-factorauthenticatie (MFA): Expliciet benoemd als minimummaatregel. Zero trust bouwt voort op MFA door ook na authenticatie continue verificatie te vereisen.
  • Toegangsbeheer op basis van minimale rechten: Gebruikers en systemen krijgen alleen de rechten die ze nodig hebben voor hun specifieke taak, niet meer.
  • Cryptografie en encryptie: Verplicht beleid en procedures voor het gebruik van cryptografie vallen rechtstreeks binnen het zero trust-domein.
  • Risicoanalyse en beleid voor informatiesystemen: Zero trust vereist een gedetailleerd inzicht in welke systemen, gebruikers en data aanwezig zijn, wat de basis vormt voor een goede risicoanalyse.
  • Beveiliging van de toeleveringsketen: Zero trust past verificatie toe op alle partijen, inclusief leveranciers en externe dienstverleners.

Organisaties die een NIS2-compliancestrategie opbouwen, merken in de praktijk dat een goed ingericht zero trust-framework een groot deel van de verplichte maatregelen afdekt. Het is daarmee een efficiënte aanpak om meerdere NIS2-vereisten tegelijk te adresseren.

Wat is het verschil tussen zero trust en traditionele perimeterbeveiliging bij NIS2?

Het fundamentele verschil is dat traditionele perimeterbeveiliging vertrouwen baseert op locatie, terwijl zero trust vertrouwen baseert op voortdurende verificatie. Bij perimeterbeveiliging geldt: wie binnen het netwerk is, wordt vertrouwd. Bij zero trust geldt: niemand wordt vertrouwd, ongeacht waar die zich bevindt.

Traditionele perimeterbeveiliging: de muur als verdediging

De klassieke aanpak bouwt een stevige buitenmuur rondom het netwerk, met firewalls, VPN’s en DMZ-zones, en gaat ervan uit dat alles binnen die muur veilig is. Dit model werkt redelijk goed zolang alle medewerkers op kantoor werken en alle systemen intern draaien. Maar in een wereld van cloudapplicaties, thuiswerken en externe leveranciers is die perimeter grotendeels verdwenen.

Zero trust: beveiliging zonder grenzen

Zero trust erkent dat de perimeter niet langer bestaat. Elke gebruiker, elk apparaat en elke applicatie wordt als potentieel onbetrouwbaar beschouwd totdat het tegendeel is bewezen. Dit maakt zero trust bij uitstek geschikt voor de hedendaagse dreigingsomgeving die NIS2 adresseert.

Voor NIS2-naleving is dit onderscheid cruciaal. De richtlijn vraagt om een risicogebaseerde benadering waarbij organisaties aantonen dat ze actief risico’s beheren. Een statische perimeter biedt onvoldoende bewijs van actief risicobeheer. Zero trust levert door zijn aard continue verificatie en logging op, wat organisaties in staat stelt om bij een audit of incident concreet aan te tonen welke maatregelen zijn genomen.

Hoe begin je met een zero trust-implementatie voor NIS2-compliance?

Een zero trust-implementatie voor NIS2-compliance start met een grondige inventarisatie van identiteiten, systemen en data, gevolgd door het inrichten van strikte toegangscontrole en continue monitoring. Je hoeft niet alles tegelijk te doen: een gefaseerde aanpak werkt het best.

Een praktische aanpak bestaat uit de volgende stappen:

  1. Breng je omgeving in kaart: Identificeer alle gebruikers, apparaten, applicaties en datastromen. Zonder dit overzicht is zero trust niet effectief en voldoe je ook niet aan de NIS2-eis voor risicoanalyse.
  2. Implementeer sterke identiteitsverificatie: Activeer multi-factorauthenticatie voor alle gebruikers, te beginnen bij accounts met verhoogde rechten. Dit is tegelijk een NIS2-minimummaatregel.
  3. Pas het principe van minimale toegang toe: Geef gebruikers en systemen alleen toegang tot wat ze nodig hebben. Herzie bestaande rechten en verwijder overbodige toegangen.
  4. Segmenteer je netwerk: Verdeel het netwerk in kleinere zones zodat een aanvaller bij een inbraak niet direct toegang heeft tot alles. Dit beperkt de schade bij een incident, wat aansluit bij de NIS2-eis voor bedrijfscontinuïteit.
  5. Richt continue monitoring in: Zorg voor logging en monitoring van alle toegangspogingen en activiteiten. Dit ondersteunt zowel de detectie van incidenten als de meldplicht onder NIS2.
  6. Test je beveiliging regelmatig: Voer periodiek penetratietests uit om te verifiëren of je zero trust-maatregelen in de praktijk werken.

Een red team-oefening kan aanvullend inzicht geven in hoe een echte aanvaller door je zero trust-architectuur heen zou proberen te breken, zodat je gericht verbeteringen kunt doorvoeren.

Geldt zero trust voor alle organisaties die onder NIS2 vallen?

Zero trust als aanpak is relevant voor alle organisaties die onder NIS2 vallen, maar de manier waarop je het implementeert verschilt per organisatietype en omvang. Zowel essentiële als belangrijke entiteiten profiteren van zero trust-principes, al hoeft de uitwerking niet identiek te zijn.

Onder de Cyberbeveiligingswet vallen diverse organisaties automatisch, waaronder ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen. Al deze organisaties hebben een zorgplicht: ze moeten passende en evenredige maatregelen nemen om de continuïteit van hun dienstverlening te waarborgen. Zero trust biedt daarvoor een schaalbaar raamwerk dat zowel voor grote rijksorganisaties als voor kleinere gemeenten toepasbaar is.

Het onderscheid tussen essentiële en belangrijke entiteiten zit primair in de intensiteit van het toezicht, niet in de inhoud van de beveiligingsmaatregelen. Beide categorieën moeten aantonen dat ze risico’s actief beheersen. Zero trust ondersteunt dat voor beide groepen.

Voor organisaties die twijfelen of ze onder NIS2 vallen, biedt het NCSC een zelfevaluatietool. Wie eenmaal weet dat de wet van toepassing is, doet er goed aan snel te starten met een gap-analyse om te bepalen welke zero trust-maatregelen al aanwezig zijn en waar nog werk te doen is. Meer achtergrond over cybersecurity en compliance vind je via onze onderzoekspagina.

Hoe Q-Cyber helpt met NIS2 en zero trust beveiliging

Wij begeleiden organisaties bij de vertaalslag van NIS2-verplichtingen naar concrete, werkbare beveiligingsmaatregelen, inclusief zero trust-implementaties die passen bij jouw organisatie. Onze aanpak is pragmatisch, onafhankelijk en zonder binding aan softwarepartijen of leveranciers.

Wat we voor je kunnen doen:

  • Gap-analyse: We brengen in kaart waar jouw organisatie staat ten opzichte van de NIS2-vereisten en welke zero trust-maatregelen al aanwezig zijn of nog ontbreken.
  • Beleidsvorming: We schrijven beleid op maat dat aansluit op jouw risicoprofiel en voldoet aan de eisen van de Cyberbeveiligingswet.
  • Technisch testen: Via penetratietests en red team-oefeningen toetsen we of je beveiligingsmaatregelen in de praktijk standhouden.
  • Virtuele CISO: Via ons Continuous-Q programma bieden we doorlopende begeleiding door een team van specialisten, zodat cybersecurity een levende capaciteit wordt binnen jouw organisatie.
  • Bestuurderstrainingen: We verzorgen trainingen voor bestuurders en management, zodat zij de kennis hebben om weloverwogen beslissingen te nemen over cybersecurity, een expliciete verplichting onder NIS2.

Wil je weten hoe jouw organisatie er nu voor staat en wat de eerste stap is richting NIS2-compliance met een zero trust-aanpak? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.